Muziek, zang en dans uit Georgië

GEORGISCHE VOLKSMUZIEK - In Georgische volksmuziek wordt de liefde voor het Georgische land uitgedrukt en het geloof in God. De muziek is onlosmakelijk verbonden met de tradities van het tafelen, toosten en wijndrinken.

georgische muziek

Op feesten wordt vaak spontaan meerstemmig gezongen. De Georgische meer­stemmige zang is ook in het buitenland beroemd, evenals de Georgische dansen (die vaak ‘Kaukasisch ballet’ worden genoemd) en daarbij gedragen traditionele kleding. Het gaat hierbij echt om volkskunst. Het is bewonderenswaar­dig dat Georgiërs schijnbaar zonder enige moeite hun stemmen op elkaar aanpassen en prachtige harmoniën bereiken. Hier zijn dan geen instrumenten meer bij nodig. De meerstemmige klanken roepen herinne­ringen op uit een diep verleden waarin liefde, eer, ridderlijkheid en christelijkheid een grote rol speelden.

Deze volkszang is onderzoeksobject voor musicologen op de hele wereld. De meerstemmigheid is een algemeen kenmerk dat de muziek uniek maakt, maar er zijn ook regionale verschillen in de zang. Kachetische, Megreelse en Chevsoeretische liederen verschillen van elkaar wat betreft de intonatie, het thema, het tempo en karakter. Lieden als shen char venachi, mravalzjamieri en goeshin shwidni goerdzjanelni worden tot op de dag van vandaag gezongen op bruiloften en bij de druivenoogst.. In sommige liederen zijn elementen uit oeroude tijden te vinden, zoals orovela een lied dat wordt gezongen door boeren tijdens het ploegen van het land. Hierin vraagt de ploegende boer de godheid arale om bescherming van de oogst. De woorden ari arale (‘geef ons, Arale’) komen buiten dit lied alleen voor in het Urartisch, dat ruim drieduizend jaar geleden werd gesproken in het koninkrijk Urartu (zuidelijk van het huidige Georgië) en waarin de god Arale een belangrijke rol speelde. Ook in het lied kalospivuli richt men zich op Arale, waarna het lied overgaat in een feestelijke dans, waarmee Arale wordt bedankt voor de goede oogst. In andere liederen wordt gesproken van ivri arale (Arale de heerser) en tari arale (Arale de Grote). Dit alles geeft inzicht in de oorsprong van de Kachetische zangtraditie.

Ook in de Svanetische zang zijn zeer oude elementen terug te vinden. Een bekend lied uit Svaneti is lile. Hierin is een verwijzing te herkennen naar voor-christelijke tijden, en wel naar de Sumerische halfgod Enlil (Mesopotamië, vijfde en vierde millennium voor Christus).

De volkszang van Megrelië is zeer lyrisch. Hier komen ook gemengde koren (mannen en vrouwen) voor. De liederen zijn verschillend van karakter, maar bijzonder indrukwekkend zijn de korte, humoristische liederen die in snel tempo worden gezongen. Het thema liefde domineert in de meeste liederen, hoewel ook treurliederen worden gezongen. In de Megreelse liederen kunt u ook de Megreelse taal horen.

In het oostelijke berggebied wordt zelden veelstemmig gezongen. Meestal zingt men hier solo met pandoeri (snaarinstrument). Ook treurliederen komen hier voor. De meeste Chevsoeretische liederen zijn rijk aan harmonie en temperament.



Alle liederen die door staatsensembles en koren worden gezongen, leven ook in de bevolking voort en worden gezongen in dorpen door wijnboeren of tijdens de graanoogst. Ze zijn duidenden jaren lang van generatie op generatie doorgegeven. Ook tegenwoordig gaan de specialisten van Georgische ensembles naar het platteland om van de bevolking te leren.

Aan tafel zingt men vak het mravalzjanieri (veeltijden?). Populaire liederen zijn Soeliko (het lievelingslied van Stalin, dat ook vaak in het Russisch werd uitgevoerd), het Svanetische Lile. Soeliko werd door Tsereteli tijdens de oorlog geschreven en de titel is de naam van een dode soldaat.

In de Georgische muziek zijn Aziatische en Europese (m.n. van de Griekse koormuziek) elementen te vinden. Het heeft echter ook hele eigen karakteristieken. De koorzang wordt vooral door polyfonie gekenmerkt. Mannen en vrouwen zingen zelden samen. De koormuziek omvat rustige stukken, vergelijkbaar met missen (Masses) en levendige stukken waar uitwisselingen tussen groepen in het koor te horen zijn. Ook zijn er stukken die door snaarinstrumenten begeleid worden. Een belangrijk kenmerk van de Georgische koormuziek is het ontbre­ken van vibrato.

Om Georgische dansen te leren heeft men heel wat oefening nodig. Toch kennen de meeste Georgiërs de basis. Op feesten wordt een eenvoudige vorm van deze dansen gedanst, zoals hier iedereen wel wat pasjes van de Quickstep kent. De traditionele dansen kunnen globaal onderverdeeld worden in een aantal soorten, die corresponderen met de verschillende regio’s van het land.

In de mtioeloeri of bergdans uit Oost-Georgië wordt zeer snel en schijnbaar wild gedanst. Spectaculair is hierbij ook het dansen de bovenkant van de tenen, iets waarvoor veel moed nodig is. Het thema van deze dansen is dan ook meestal een (zwaard)gevecht, maar ... zodra een vrouw een witte doek op het toneel werpt, wordt de strijd onmiddellijk gestaakt. Een dergelijke dans komt ook in de Noordelijke Kaukasus veel voor, o.a. bij de Tsjetsjenen en in Dagestan. Bij deze dans worden meestal twee soorten traditionele kleding gedragen. De eerste is de tsjocha-achaloechi, die door Kozakken tsjerkeska wordt genoemd. Dit is bovenkleding tot op kniehoogte, waarop op de borst een rij patroonhouders is bevestigd. Hieraan wordt een versierd Kaukasisch mes bevestigd. Aan de voeten draagt men hoge, soepele laarzen en op het hoofd ofwel een dikke muts van schapenvacht ofwel een klein rond hoofddeksel. Een ander soort kleding die u bij deze dans vaak ziet is de typisch Chevsoerische dracht: de kleding is hier op de borst en langs de randen van prachtig borduurwerk voorzien dat vele felle kleuren heeft.

De dansen van de Kaukasische bergvolken hebben gemeenschappelijke elementen en bewegingen. Toch zijn er ook verschillen. De Svanetische dans sk’vedzji is niet rijk aan elementen, maar wel indrukwekkend door zijn rituele karakter. Deze dans drukt de eenvoudige, maar stevige en volhardende aard van de Svanen uit.

In vergelijking met de bergdansen zijn Atsjarische dansen zeer vrolijk. Hierbij worden geen wapens gedragen en hebben de vrouwen mooie lange kleding en lange vlechten. Deze dans wordt vaak door zang begeleid en is rijk aan acrobatische elementen. De bekendste dansen zijn choroemi, waarbij twee stammen elkaar opzoeken en beconcurreren, en ganda-gana, een zeer feestelijke dans vol improvisaties.  

De regio Kartli kent de kartoeli tsek’va. Deze feestelijke dans past bij het leven in de paleizen van koningen en adel. In deze dans probeert een jongen een meisje voor zich te winnen door haar op zo charmant mogelijke wijze de kring rond te volgen.

Hoewel Tbilisi in Kartli ligt, kent deze stad een eigen traditionele dans, de k’int’aoeri. Hierin speelt de k’int’o een belangrijke rol, de stadsbewoner met zwarte, wijde broek, strak hemd en kleine pet. Deze dans verbeeldt hoe deze koophandelaren een bezoeker benaderen om te zien of ze hem iets kunnen verkopen. Deze dans wordt begeleid door muziek die Armeense en Joodse elementen bevat.