]]>

Natuur en landschap in Georgië

Natuur en landschap in Georgië zijn prachtig. Binnen het relatief kleine gebied komen alle typen natuurland­schappen (behalve het tropische) voor met daarin een veelheid aan planten- en diersoorten. Je kunt zowel een bergtocht maken met uitzicht op indrukwekkende bergtoppen als een wandeling tussen de rijke vegetatie van subtropisch bos. Terwijl de één uitrust onder de palmen aan het strand, komt wie naar het oosten rijdt terecht in een bijna woestijnachtig droog en warm steppegebied.


Het land kan ver­deeld worden in drie belangrijke geografische zones: het Kaukasusgebergte, het middengeorgisch vlakland en het zuidgeorgisch gebergte (dit laatste wordt ook wel de Kleine Kaukasus genoemd).

Het Kaukasusgebergte vormt de noordgrens van Georgië. Enkele van de hoogste toppen van de Kaukasus zijn: Elbrus (5642m), Khazbegi (5033m), Shkhara (5068m), Jangha (5058m), Ushba (4700m) en Komito (4261m). De zuidgrens, de Kleine Kaukasus, is met de Kaukasus verbonden via de Lichi-bergrug (ook wel Surami-geberte genoemd). Dit deelt Georgië in een westelijk en een oostelijk deel. In West-Georgië ligt aan de Zwarte Zee het Colchetische laagland; in Oost-Georgië bestaan delen van Kartli en Kacheti uit laagland.

Door de reliëfverschillen zijn er in Georgië ook talloze grote en kleine rivieren. De meeste hiervan ontsprin­gen in de bergen in de vorm van snel­stromende bergrivieren en vormen onderweg naar zee vele watervallen en meertjes. Enkele belangrijke rivieren in Georgië zijn: Mtkvari, Rioni, Alazani en Enguri.

Doordat Georgië zich op de grens tussen gematigde en subtropische klimaatzones bevindt, heeft het klimaat er eigenschappen van beide. In het westen heerst een subtropisch zeeklimaat, terwijl in het oosten een droog tot gematigd droog klimaat heerst en in het noorden een alpien klimaat.

Er zijn wat verschillen tussen West- en Oost-Georgië. In Oost-Georgië kan het heet worden in de zomer, tot ongeveer 40 °C. In West-Georgië wordt het meestal minder warm. De luchtvochtigheid is hier hoger, waardoor warmte ‘drukkender’ kan zijn, maar het regent hier ook weer vaker, wat voor verkoeling zorgt. Wanneer het in Tbilisi - 17 °C is, dan spreekt men van een extreem koude winter. In Sochumi is - 13 °C al extreem koud. IJs en sneeuw vindt men alleen in de bergen, waar temperaturen in de winter tot - 19 °C dalen en in de zomer tot  20 °C komen

Al deze variëteit in klimaat en landschap wordt weerspiegeld in de flora en fauna. Er komen in Georgië zowel subtropische planten voor als soorten, die bij een gematigd klimaat horen. Eén derde van het land is nog met bos bedekt. Er zijn inheemse soorten te vinden, zoals bijvoorbeeld de pijnboom uit Bitsjwinta (deze naam, in het Russisch verbasterd tot Pitsunda, betekent ‘Berg van pijnbomen”) en die uit Eldari (uiterste zuidoosten), maar ook de Kaukasische zelkova, een aan iepen verwante loofboom die uitsluitend in de Kaukasus groeit. Naar deze laatste boom, die in het Svanetisch tschoemi heet, is de stad Sochumi genoemd. 

Maar er zijn natuurlijk ook vele algemene soorten te vinden en soorten, die gecultiveerd zijn. In het westgeorgische vlakland vindt men veel thee- en citrusplantages, palmbomen, bamboe, magnolia, mimosa, laurier, lianen en eucalyptusbomen. In het voorgebergte bestaan gemengde bossen van loof- en naaldbomen, terwijl iets hoger naaldbossen voorkomen. In de bergen zijn vele bijzondere bloemen en geneeskrachtige kruiden te vinden. In het oostelijke bergland komen veel eiken en beuken voor. Kastanjebomen komen zowel in het westen als in het oosten veel voor. Zuidoost-Georgië heeft juist een steppelandschap en halfwoestijnlandschap, waarbij de begroeiing grotendeels bestaat uit struiken. In Midden- en Oost-Georgië worden veel appel- (rond Gori) en druivenplantages onderhouden. De meest oostelijke provincie Kacheti is beroemd om zijn wijnbouw.

Duizenden diersoorten zijn vertegenwoordigd in het Georgische landschap. In de bergen kun je steenbokken zien, wilde geiten, maar ook – wanneer je niet oppast - de Kaukasische bruine beer tegen het lijf lopen. Er komen ook veel interessante vogelsoorten voor zoals adelaars, uilen en spechten. De bergrivieren zijn rijk aan forel. Zowel in het westgeorgische laagland als in Oost-Georgië komen fazanten voor. Wist je dat de fazant van oorsprong uit Colchis stamt? De naam betekent ‘vogel van Phasis’. Phasis is de oude benaming voor de rivier Rioni, de rivier die de legendarische Argonauten bevoeren op zoek naar het Gulden Vlies. Ook tegenwoordig lopen er nog veel fazanten in het gebied tussen de rivieren Rione en Enguri. In het Colchische moeras zijn daarnaast verschillende soorten reigers en pelikanen te vinden, evenals wilde eenden. In de bossen huizen wolven, vossen, wilde zwijnen en wilde katten, evenals bijvoorbeeld het Kaukasische hert.

De Georgische natuur is zeker de moeite waard voor wie van natuurreizen houdt. Er bestaat geen massatoerisme. Voor Georgië is het een uitdaging om het toerisme in de komende jaren op een goede manier te ontwikkelen. Toerisme zou deze prachtige omgeving niet mogen bedreigen, maar zou juist kunnen bijdragen aan het behoud ervan.