De Georgische literatuur

Aan tafel in Georgië kunt u merken, hoe belangrijk de Georgische literatuur is. Georgiërs citeren graag uit literaire werken, bijvoorbeeld in toosts of gezangen. Men is trots op de eigen literatuur omdat die de turbulente Georgische geschiedenis en belangrijke Georgische waarden uitdrukt.


De eerste boeken in het Georgisch werden geschreven nadat het christendom in het jaar 337 de staatsgodsdienst was geworden. Naast Bijbelvertalingen uit het Grieks, Syrisch en Hebreeuws werden originele hagiografische werken (beschrijvingen van het leven van heiligen) geschreven.
Jacob Tsoertaveli

Het oudste overgeleverde hagiografische verhaal is dat van de heilige Shoeshanik. Dit is geschreven door Jakob Tsoertaveli, de huisbisschop van de adellijke familie van Varsken Pitiachsh. Varsken was regent van de Georgische provincie Kvemo Kartli (Neder-Kartli). Om zijn positie te verbeteren sloot hij een verbond met de Iraanse sjah tegen de Georgische koning Vachtang.Voor dit verbond moest hij ook het mazdeisme overnemen, de Perzische religie van vuuraanbidders. Hij wilde dat ook zijn vrouw, Sjoeshanik, zich zou bekeren. Maar zij hield vast aan het christendom. Hiervoor moest zij lange tijd martelingen ondergaan, waarbij zij steeds aan haar geloof vasthield. Uiteindelijk stierf Shoeshanik in de gevangenis. Varsken werd door de Georgische koning Vachtang ter dood veroordeeld voor zijn wandaden. Het verhaal van Jacob Tsoertaveli, die zelf ooggetuige is geweest (en Shoeshanik enige tijd in zijn kerk wist te verstoppen), heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van het Georgische christelijke zelfbewustzijn.

Abo Tbileli
Uit de achtste eeuw stamt het werk van Ioane Sabanisdze, 'Het martelaarschap van Abo Tbileli'. Dit is een bijzonder verhaal. Het gaat over een Arabische jongen ("Abo van Tbilisi"), die in het door Arabieren bezette Tbilisi de Georgische christelijke cultuur leerde kennen, zich tot het christendom bekeerde en zich liet dopen. Hij werd hiervoor door de Arabieren vreselijk gemarteld en uiteindelijk gedood. Vanwege het bijzondere feit dat een Arabier christelijk werd is dit tegenwoordig nog een van de bekendste hagiografische verhalen.

In de vroege middeleeuwen ontwikkelde zich filosofie, poëzie en retorica in de Georgische kloosterscholen en -academies. Vooral de filosofieschool in Phasis (het huidige Poti) had veel invloed in en buiten Georgië. De scholen leverden goed opgeleide Georgiers af, die naam maakten in de christelijk-Byzantijnse wereld. In de tweede helft van de 4e eeuw was bijvoorbeeld in het Oost-Romeinse rijk de Georgische prins Bakoer beroemd als een ontwikkeld dichter en spreker. De Georgische prins Moervanos is in de eerste helft van de 5e eeuw beroemd geworden om het feit dat hij vele kloosters en opleidingscentra stichtte in Palestina. Men noemde hem onder Petre Iberi, wat zoveel wil zeggen als "Peter uit Iberia (Oost-Georgie)".

Vanaf de negende eeuw kwam de Georgische literatuur tot bloei. In de tiende eeuw schreef Ioane Zosime, een monnik in het klooster van de heilige Saba op de berg Sinai, een prachtig monument: 'kebai da didebai kartulisa enisai' (Lofzang en verheerlijking van de Georgische taal), waarin de auteur de bijzondere rol van de Georgische taal en natie op de wereld beschrijft. Een ander bekend werk uit deze tijd is van Giorgi Mertshoele, 'Het leven van Grigol Chantzteli'. Chantzteli was een groot kerkleider, die een bijzondere rol heeft gespeeld bij de vestiging en ontwikkeling van het christendom in de Georgische provincie Tao-Klardjeti. Van hem is bekend dat hij het leven van een heilige voerde - en van alle geestelijken om hem heen hetzelfde verlangde. Hij is 102 jaar oud geworden op een dieet van wijn en brood.

Ekwtime Mtatsmindeli
In Griekenland bevond zich al in de tiende eeuw een Georgisch klooster en opleidingscentrum, op de berg Atos. Ekwtime Mtatsmindeli heeft daar belangrijk vertaalwerk verricht, niet alleen van het Grieks naar het Georgisch maar ook van het Georgisch naar het Grieks. Zijn boeken geven een beeld van het leven in Atoni en ook over de betrekkingen tussen Georgië en Byzantium. In de elfde eeuw stichtte de Georgische edelman Grigol Bakoerianisdze een opleidingscentrum en seminarie voor Georgische jongeren bij het klooster Petritsoni in Bulgarije. Hij heeft ook een wetboek voor het klooster geschreven.

De hagiografische en andere werken zijn interessant als historische bronnen, omdat ze een indruk geven van het leven in het middeleeuwse Georgië. Echte, bewuste geschiedschrijving vond ook plaats. Uit de negende eeuw stamt het historische werk 'Moktsevai kartlisai' ('De bekering van Kartli'). Dit boek beschrijft de oudste christelijke geschiedenis van de Georgische provincie Kartli. In de elfde eeuw werd door een onbekende auteur het boek 'Matiane kartlisa' ('Geschiedenis van Kartli') geschreven.

"De geschiedenis van de familie Bagrationi" is geschreven door Soembat Davitisdze. Verder moeten 'Het leven van koningen' door Leonti Mroveli en 'De geschiedenis van Vachtang Gorgasali' door Djoeanasheri genoemd worden. Een hoogtepunt van de Georgische middeleeuwse geschiedschrijving is 'Kartlis tschovreba' ('Het leven van Kartli'), een kroniek die regelmatig aangevuld werd met gebeurtenissen in de Georgische geschiedenis. Het beschrijft de vroegste Georgische geschiedenis tot en met de elfde eeuw, de geschiedenis van koning David en koningin Tamar. Ook bevatte het boek veel informatie over de geschiedenis van buurlanden. Daarom werd het in de twaalfde eeuw in het Armeens vertaald. Het bijhouden van de kartlis tschovreba stond onder koninklijk toezicht.

Ook de filosofische kennis van opgeleide mensen heeft een belangrijke rol gespeeld in de Georgische cultuur. Georgische filosofische werken zijn onder andere 'Sibrdzne Balavarisa' ('De wijsheid van Balavari'), dat de legende van Boeddha vertelt. In de elfde eeuw werd dit werk door de bekende Georgische schrijver en wetenschapper Ekvtime Atoneli in het Grieks vertaald. In diezelfde eeuw werd het vanuit het Grieks in het Latijn vertaald en raakte het zo in Europa verspreid.

Een aparte tak van de Georgische literatuur wordt gevormd door de geestelijke poëzie of hymnografie: gedichten die in kerken worden gezongen. De bekendste Georgische hymnografen zijn Michael Modrekili en Ioane Mintshgi, Ioane Mtbevari en anderen. Mikael Modrekili heeft een verzamelwerk geschreven, waarin hij eigen werk en dat van anderen heeft opgenomen. In deze manuscripten bijzondere tekens te zien boven en onder de letters, die zangaanwijzingen vormden.

De twaalfde en dertiende eeuw staan bekend als de Georgische Gouden Eeuwen. Georgië was toen een vrij, verenigd koninkrijk met macht en invloed in de regio. In deze periode werden heldendichten geschreven, zoals "Amiran Daredjanian" van Mose Choneli, dat ridderlijkheid en heldendom beschrijft. Tsjachroechadze schreef 'Tamarian', een epos over koningin Tamar. "Abdoelmesia" van Ioane Shavteli was ook gewijd was aan Tamar, en haar echtgenoot David.

Sjota Roestaveli
Het beroemdste epos dat in deze tijd is geschreven, is "De man in het pantervel" van Shota Roestaveli, een werk dat een plaats in de wereldliteratuur heeft. Belangrijke thema's bij Roestaveli zijn vaderland, broederschap tussen volken, liefde, ridderlijkheid, en respect voor vrouwen. Het epos van Roestaveli heeft de ontwikkeling van de Georgische cultuur en literatuur sinds die tijd sterk beinvloed.

In de veertiende eeuw werden de belangrijkste werken onder koning Giorgi V geschreven. Zo is een wetboek overgeleverd, dat geschreven voor de onrustige noordelijke bergvolken. Belangrijke werken uit de veertiende eeuw werden verder geschreven in het Georgische klooster in Palestina, door Loeka Jeroesalimeli en Nikoloz Dwali. In het Petritsoni klooster waren de schrijvers Atanasi en Okropir Egnatashvili actief.

In de Georgische literatuur van de zestiende en zeventiende eeuw is de invloed te lezen van de vernietigende agressie van Mongoolse, Turkse en Iraanse aanvallers. Temoeraz I, koning van de Oostgeorgische provincie Kachetie, was een uitstekende dichter. Hij verwerkte nationaal-historische motieven in de door de Perzische cultuur beïnvloede Georgisch poëzie. Hij heeft de 'Martelarij van Koningin Ketevani' geschreven over de lijdensweg van zijn moeder, de Georgische koningin Ketevani, die vreselijk gemarteld werd om haar tot de islam te doen bekeren. Ten overstaan van vertegenwoordigers van verschillende landen (waaronder Europese) werd zij op 12 september 1624 met hete ijzers in stukken gesneden en in een vuur gegooid.

Koning Vachtang VI
Het leven ten tijde van de Georgische koning Vachtang VI (1675 – 1737) was al niet veel gemakkelijker. Het land was ingelijfd bij het Perzische rijk en werd aangevallen en leeggeroofd door Ottomanen (Turken) en bergvolken uit Daghestan. Vachtang moest voortdurend concessies doen om (Oost-)Georgie te laten overleven. Hij balanceerde tussen onderwerping aan de Perzische sjah en lobbyreizen naar Rusland, om steun te vragen voor de Kaukasische christenen tegen de islamitische dreiging.

Toch heeft Vaghtang nog veel kunnen betekenen voor de Georgische cultuur. In 1709 richtte hij in Tbilisi de eerste drukkerij in met behulp van Antimoz Iverieli, een Georgiër die in Roemenië leefde en daar ook een drukkerij stichtte. Een van de eerste boeken die er gedrukt werden, was 'De man in het pantervel' van Shota Roestaveli. Verder werden er bijbels, psalmen en andere christelijke teksten gedrukt. Vachtang werd ondersteund door Soelchan Saba Orbeliani, een Georgische prins, schrijver en wetenschapper die een belangrijk Georgisch lexicon geschreven heeft. Orbeliani heeft ook andersoortig werk geschreven, zoals een didactisch-zinnelijk verhaal 'Wijsheid van liegen'. Hij reisde naar Europa om hulp voor Georgië te werven tegen Turkse en Iraanse veroveraars. Bekeringen waren een diplomatieke stap die men deed in de hoop op meer steun of toezeggingen. Vaghtang nam tijdelijk (en formeel) de islam aan, Orbeliani bekeerde zich tot het room katholicisme.

Onder leiding van Vachtang VI werd een wetenschappelijke commissie in het leven geroepen die de opdracht kreeg het geschiedenisboek 'Kartlis tschovreba' te bewerken en met nieuwe geschiedenis (veertiende tot zeventiende eeuw) aan te vullen. De bekendste en beroemdste vertegenwoordiger van Vachtangs historisch-wetenschappelijke school was zijn zoon Vachoeshti Bagrationi, die een groot onderzoek heeft uitgevoerd naar de Georgische geschiedenis en geografie. Hij stelde kaarten samen van alle regio's van Georgië.

Uiteindelijk besloot de Russische tsaar om de Kaukasus te ‘bevrijden’ van het "islamitische juk". Na de verovering van Georgië door Rusland kwam er meer rust in het land. De Russen waren orthodoxe christenen, net als de Georgiërs. In 1755 werd in Tbilisi een drukkerij gesticht bij het Antsischati klooster.

In 1758 begon in Telavi (de hoofdstad van de door invallen geteisterde provincie Kachetie) een school te functioneren, die in 1782 tot een seminarium werd omgebouwd. De Georgische geschiedenis van deze tijd heeft Papoena Orbeliani beschreven in 'Berichten over Kartli'. Oman Chercheoelidze schreef het boek: 'Het koningschap van koning Erekle II'. In de tweede helft van de achttiende eeuw werd vernieuwende poezie geschreven, zoals door David Goeramischvili en Besarion Gabschwili (“Besiki”).

In de negentiende eeuw speelden drukpersen en literatuur een belangrijke rol bij de vorming van een nieuw Georgisch zelfbewustzijn. Deze werd uitgedragen door een intellectuele, goed (niet zelden in Rusland of West-Europa) opgeleide Georgische elite. In 1819 verschijnt de eerste Georgische krant, 'Sakartvelos Gazeti' (Gazet van Georgië). In 1832 verschijnt het 'Tbiliser stadsblad', waarvan de wetenschapper Solomon Dodashvili de redactie voerde. In 1852 verscheen het eerste tijdschrift van de schrijver Giorgi Eristavi onder de naam 'Tsiskari' (‘Hemelse Poort’). De Georgische intellectuelen Nikolos Baratashvili, Dimitri Kipiani en anderen stichtten een bibliotheek, die in 1846 openbaar werd. De bekendste Georgische schrijvers van de negentiende eeuw zijn Alexandre Tsjavtsjavadze en Grigol Orbeliani.

Ilya Tsjavtjavadze
In het begin van de twintigste eeuw hebben schrijvers als Ilya Tsjavtjavadze (de geestelijke vader van de natie), Akaki Tsereteli en Vasha Psavela onvergetelijke literaire werken nagelaten. Psavela was een bijzondere figuur, een 'bergzanger' wiens poëzie vooral de schoonheid en kracht van het Georgische (berg)landschap uitdrukt en de heldendaden de Georgische bergvolken (zoals de Chevsoeren en Psaven) schildert. Jacob Gogebashvili heeft veel betekend voor het onderwijs. Onder zijn boeken zijn 'De deur in de natuur', waardoor jonge Georgische scholieren de natuur konden leren kennen en besef van natuurbescherming kregen. Hij was de stichter van de Georgische school, waarvoor hij ook een Russische grammatica en een boek 'Moedertaal” (deda ena) schreef, dat tot op heden in Georgische scholen wordt gebruikt.

Begin dertiger jaren, tijdens het hoogtepunt van de Stalinistische dictatuur, moesten tientallen leden van de Georgische intelligentsia met hun leven betalen voor hun kunst. Hieronder waren Titian Tabidze, Paolo Iashvili en anderen. Ze werden opgepakt of pleegden zelfmoord onder grote druk. Een van de sterkste vertegenwoordigers van de Georgische literatuur uit deze tijd, Michael Javachishvili, werd wegens antisovjetpropaganda ter dood veroordeeld. Hij gaf in zijn werken een realistisch beeld van het toenmalige Georgië – en van de onzinnigheid van de communistische utopie.

Veel schrijvers werden vervolgd enkel omdat zij opleidingen in het buitenland hadden gehad (Frankrijk, Duitsland). Als door een wonder heeft een schrijver als Constantine Gamsachoerdia, dit overleefd. Hij heeft zijn hele leven lang de Georgische onafhankelijkheid hooggehouden. Zijn beroemdste boeken zijn "Didostatis mardzhvena" (De rechterhand van de meester), over de geschiedenis van de kathedraal Svetitschoveli, en "Mtvaris motatseba"(Ontvoering van de maan).. Andere beroemde namen uit deze tijd zijn de dichter Galaktion Tabidze, de schrijver Nodar Doembadze en Irakli Abashidze.

De terugkeer van de onafhankelijkheid geeft Georgische schrijvers nieuwe mogelijkheden werken te ontwikkelen in deze traditie.